Afdracht leen- en reprorecht

februari 27, 2017  |  NIeuws

In 2016 is de Stichting Reprorecht overgegaan tot een nieuwe wijze van facturering voor de afdracht van reprorechtvergoedingen. De afrekening is gesplitst in een uitgeversaandeel en een auteursaandeel, en er wordt een onderscheid gemaakt tussen tekstdeel en beelddeel. De verdeling is veranderd: waar tot 2015 de verdeling tussen auteurs en uitgevers 50/50 was, is er nu een onderscheid gemaakt tussen een wettelijk deel en een niet-wettelijk deel. De wettelijke vergoedingen worden volledig uitgekeerd aan de originaire auteursrechthebbenden, de niet-wettelijke vergoedingen worden 50/50 verdeeld tussen auteurs en uitgevers. De onderlinge verhouding tussen wettelijke en niet-wettelijke vergoedingen wordt tot en met 2020 vastgesteld op 50/50. In de praktijk betekent dit dat de auteur de helft plus de helft van de helft, dus 75% van de vergoedingen zou moeten ontvangen (zie onder meer https://www.reprorecht.nl/uploads/makers/Reglement%20Uitkeringen%202016.pdf). Dit heeft te maken met uitspraken van het Europese Hof, waaruit leek voort te komen dat uitgevers in het geheel geen rechten hadden. De huidige uitkomst is in dat opzicht te beschouwen als een compromis. De juridische procedures zijn nog gaande.

Bij de facturen heeft de Stichting Reprorecht formulieren gevoegd waarin de uitgever bindend moet verklaren dat hij binnen gestelde termijnen het auteursaandeel zal doorbetalen aan zijn auteurs en dat hij, indien hij dat niet wil of kan (bijvoorbeeld omdat de bedragen te klein zijn), het auteursdeel moet terugstorten aan de Stichting LIRA, die dan kan afdragen aan de individuele makers of de gelden kan aanwenden voor collectieve doelen. Mogelijk afwijkende regelingen die uitgevers met hun auteurs hebben gemaakt, beschouwt Reprorecht met deze nieuwe regeling als niet meer geldend. Daarover zijn vragen gesteld waarop het antwoord nog moet komen. Voor meer informatie zie in eerste instantie vooral https://www.reprorecht.nl/auteurs-en-uitgevers.

Te verwachten is dat met de leenrechtvergoedingen eenzelfde systematiek zal gaan worden gevolgd. Het is nu al zo, dat de verdeelsleutels laten zien dat de Stichting PRO (die de leenrechtvergoedingen vervolgens verdeelt over de uitgevers) voor geschriften slechts een klein deel ontvangt (29,7%), terwijl het leeuwendeel (57,5%) naar LIRA gaat (http://www.leenrecht.nl/nl/Verdeelsleutels). De tarieven voor 2017 zijn nog niet vastgesteld, dat zal gebeuren op 15 maart 2017. Zie hiervoor (onder meer) http://www.leenrecht.nl/nl/Voor-rechthebbenden.

VLvT 27/2/2017


Leave a Reply